Ik ben zó blaai

In de laatste visweek van seizoen 2016 kregen we Karel op vakantie. Een boomlange vent met een behoorlijk Amsterdams accent en een voorliefde voor vissen. Toen wij nog in de beginjaren van ons bedrijf zaten, was hij al een keer bij ons op vakantie geweest. Toen lagen we met de Janszoon (ons eerste schip) nog in Brabant en ook daar organiseerden we visvakanties. Wat wij ons vooral herinnerden van Karel was het woord “totebel”. Hij kwam op een gegeven moment naar ons toe met de mededeling “mijn totebel is in het water gevallen” en wij hadden geen flauw idee wat dat was en waar we dus naar op zoek moesten. Het bleek een kruisnet te zijn, en we konden ‘m gelukkig opvissen. Weer wat geleerd.

Wat Karel zich herinnerde van die vakantie was onvoorstelbaar. Hij wist ons namen en achtergronden te vertellen van gasten en vrijwilligers die er toen bij waren, maar die wij al helemaal vergeten waren. Allerlei details die voor ons niet zo belangrijk waren, maar hij had alles onthouden, al die dingen die voor hem dus blijkbaar wel belangrijk waren. Heel bijzonder hoe het geheugen van onze gasten werkt…

Afgelopen zomer was het maar liefst 16 jaar geleden dat Karel voor het laatst bij ons op vakantie was. Hij vond dat zelf wel heel speciaal en meldde regelmatig “16 jaar geleden was ik hier ook!”, tegen iedereen die maar luisteren wilde. En wat daar dan steeds achteraan kwam was “Ik ben zó blij!”.

Met zijn Amsterdams accent klonk het als “Ik ben zó blaai!” met een wat dikke L, ongeveer evenveel klemtoon op elke lettergreep, wat langgerekt en met wisselende intonatie uitgesproken. Wel 20 keer per dag klonk het aan de waterkant. Met een intens tevreden glimlach op zijn gezicht kwam ie voorbij en meldde hij hoe “blaai” hij was. Met het feit dat ie weer bij ons op visvakantie was, na 16 jaar.

Ongetwijfeld zijn wij over 16 jaar allerlei dingen vergeten van nu. Ik weet echter vrij zeker dat de uitspraak “Ik ben zó blaai!” wel blijft hangen. En dat we die altijd zullen koppelen aan Karel en zijn blije gezicht. Want elke keer als ik me nu blij voel, hoor ik hem in mijn hoofd. En daar word je toch blaai van?

Eerbetoon

Wij hebben het leukste werk ter wereld. We mogen onze gasten gelukkig maken met super gave vakanties en we mogen samenwerken met een groep geweldige vrijwilligers. Daarnaast genieten we mee tijdens alle activiteiten: varen, kampvuurtjes, vissen, paardrijden, dagje pretpark, disco-avonden en muziek maken. Wat wil je nog meer?
Soms is het echter ook even minder leuk. We hebben gasten die al jaren bij ons op vakantie komen. En natuurlijk worden zij ook ouder. Helaas gebeurt het af en toe dat een gast die het jaar ervoor nog in Akkrum was, een paar maanden erna overleden is. En aangezien je mensen best goed leert kennen als ze hier jaar in jaar uit elke zomer zijn, breekt het je hart als dat gebeurt. Het hoort bij ons werk, maar wennen zal het nooit.
Dit stukje is een eerbetoon aan een paar van deze gasten. Maarten, Noud en Opa Johan.

Maarten kwam bij ons op vakantie vanaf het eerste jaar, 1995. Kleine deugniet, grote PSV-fan. Hij zei nooit zo heel veel, maar hij hield wel erg van knuffelen. Vooral met vrouwen. Door zijn geringe lengte zat ie tijdens dat knuffelen altijd precies op de goeie plek, als je begrijpt wat ik bedoel. Dan knipoogde hij naar Wim, zijn beste vriend: kijk eens hoe goed ik het voor mekaar heb! Samen zetten deze twee mannen de mooiste acts neer tijdens de playbackshow. Inclusief opkomst vanuit de gang en het aangeven van een handdoekje tegen het zweten. Samen hadden ze ook regelmatig ontzettend de slappe lach. Niemand had enig idee waarom, maar als je ze zag en hoorde lachen, moest je wel meedoen.
Een paar weken voordat Maarten overleed hebben we hem nog opgezocht in het ziekenhuis. Daar kreeg hij een laatste knuffel. Als Wim erbij was geweest had ie weer zo’n knipoog gekregen…

Noud was de oudste gast die we gehad hebben. Hij kwam ook vanaf het prille begin van ons bedrijfje bij ons op vakantie en is zelfs wel eens verzeild geraakt op ons vrijwilligersfeest. Zijn taxi naar huis was te laat dus hebben we hem maar meegenomen naar het feest. Noud vond het prachtig! De eerste paar jaar ging hij mee zeilen. Hartstikke knap: op zijn leeftijd de hele dag in een zeilboot en ’s nachts slapen in een tentje! Daarna werd het vissen. De hele dag genieten aan de waterkant. De uitspraak “Ik heb goeie zin!” komt van hem. Op z’n Brabants, en gemeend vanuit zijn hart. Toen we een keer controle kregen van de politie op vispassen, gooide hij bijna de agent de plomp in. Die pikte namelijk tijdens de controle stiekem een vispas van een medegast in en deed daarna net alsof de pas er niet was. Daar moest je niet mee aankomen bij Noud. Onrecht! Gelukkig konden we hem tegenhouden.
Noud overleed een paar weken na zijn laatste vakantie bij ons. Plotseling, nooit ziek geweest. Hij had tijdens die weken thuis alleen maar over hier gepraat…

Opa Johan heette natuurlijk niet echt opa. Hij kwam ook al jaren hier op vakantie, ook hij maakte onze begintijd in Brabant mee. Na een aantal jaar kwam hij bij een clubje jongere gasten in de groep. Zij gaven hem de bijnaam “Opa Johan”. En die naam is gebleven, zelfs de vrijwilligers noemden hem zo. Hij noemde mij zijn dochter, onze band was speciaal. Een paar jaar geleden gingen wij samen een weddenschap aan. Hij moest flink wat kilootjes afvallen, ik wilde graag dat dat zou lukken. Hij won. Ik betaalde als tegenprestatie een avondje met z’n tweeën naar de kroeg. Toen Johan afgelopen jaar ziek werd belde hij ons. We gingen hem thuis en in het ziekenhuis opzoeken. Hij wilde graag nog een laatste keer op visvakantie komen. Een tijdje leek het erop dat het zou lukken. Helaas was hij toch te ziek om te komen.
Twee weken na de vakantie waarin hij eigenlijk gepland stond overleed Johan. Zijn mede-vissers stuurden hem (net op tijd) een Friese vlag met hun namen erop. Hij liet ons zijn complete hengelsport-uitrusting na. Bij de eerste vis die ik met zijn hengel ving moest ik wel even iets wegslikken…

Deze verhalen zouden gaan over dingen waar je blij van wordt. Natuurlijk worden we er niet blij van als mensen overlijden. Waar we wel blij van worden is terugdenken aan deze mensen en aan hoe mooi en bijzonder ze waren. Ze hebben een blij plekje in ons hart…

Goudvisje

Tijdens onze visvakanties gaan we al een aantal jaar naar forellenvijver de Woldstek in Ruinerwold. Na uren ploeteren aan de Meinesloot om een visje boven te halen (met wisselend succes), is dit elke keer weer een hoogtepunt van de week. Er wordt namelijk veel gevangen. Heel veel.
Tot afgelopen seizoen mankeerde er nogal wat aan onze voorbereiding voor deze leuke activiteit. Terwijl wij als begeleiding nog bezig waren met stoelen neerzetten, aas halen en hengels klaar maken werd de eerste forel al aan de haak geslagen. Vreugde maar vooral paniek alom (“Ik heb beet, kom me helpen!!!”), want het van de haak afhalen van een forel is een kunstje dat de meeste van onze gasten niet kennen. Die beesten slikken namelijk de haak volledig in. Zo ongeveer tot in hun darmen, om het maar even smakelijk te brengen. Tegen de tijd dat we gearriveerd waren bij de eerste forel en een schepnet hadden gevonden, kondigde forel nummer twee zich al aan. En nummer drie. Zo blijf je achter de feiten aan lopen. Of achter de forellen…
Vanaf dit seizoen hadden we het beter voor elkaar. Een forel-protocol, hop hop. Gasten eerst op het terras parkeren met een pakje drinken, de begeleiding zet alles klaar om de vijver heen, schepnetten op tactische plekken, iedereen een onthaker en een potje aas in de jaszak, we maken nog even een groepsfoto en dan pas mag er gevist worden. Dat scheelt stukken in de stress.
Ook afgelopen zomer, tijdens de laatste visweek van het seizoen, gingen we weer forel-vissen. Het weer was prima, er werd behoorlijk gevangen en iedereen had het erg naar z’n zin. Vooral de gasten die thuis in Akkrum nauwelijks wat gevangen hadden. Wat een blijdschap als dan eindelijk een streepje gezet kan worden achter je naam op de visscore-lijst!
Gast Jacob had hier niet zoveel last van. Hij is één van onze top-vissers en had al een heleboel streepjes achter zijn naam. Rustig haalde hij de ene na de andere forel uit het water. Thuis vist hij echter op karper. Dat is wel even iets anders dan forel. Op zijn camera stond het bewijsmateriaal: Jacob poserend met karpers van bijna een meter lang. Dan verdien je respect.
Wat schetst onze verbazing aan het einde van de middag? Jacob heeft (wederom) beet. Maar aan de haak zit geen forel. Nee hoor. Aan de haak zit een goudkarper, een soort grote goudvis. Eentje van zo’n 70 centimeter, die weliswaar in de forelvijver rondzwemt maar zich maar 1 keer per jaar laat vangen. Door Jacob dus. Na tien minuten heeft het beest zich moe gezwommen en laat ie zich binnen halen. Een trotse Jacob poseert met zijn prachtige karper, omringd door zo ongeveer alle aanwezige vissers en de eigenaren van de vijver. Want dit is wel een unieke gebeurtenis!
Meestal gaan we na een middag forel-vissen met zo’n 35 forellen naar huis. Want ja, je mag alles wat je vangt meenemen. Behalve de goudkarper. Die zwemt nu weer rustig rond in de vijver. Waarschijnlijk tot volgend jaar, als Jacob weer bij ons op visvakantie komt…

Busje

Het is een mooie dag vroeg in de zomer, kwart voor elf ’s ochtends. Bij het Centraal Station in Venlo staat hij aan de hand van een begeleider te wachten: Bas. Aan de hand, want Bas heeft de neiging om te vallen als hij ergens van schrikt, en dat is niet handig midden op straat. Omringd door bagage en huisgenoten kijkt hij uit naar het busje. Om hem heen wordt druk gekletst, maar Bas hoort niks, hij wacht op het busje.
Om elf uur is het dan eindelijk zo ver: een rood busje komt het stationsplein op rijden. Joehoe, daar is ie! Snel alle bagage achterin, Bas zakt nog een keer door z’n knieën van blijdschap, zwaait naar z’n begeleiders en klautert het busje in. Op naar Friesland, de vakantie kan beginnen…
Drie uur lang zit Bas in het busje. Dat is heel wat langer dan toen de Spring nog in Brabant zat. Het is maar goed dat ze verhuisd zijn naar Akkrum, vindt Bas. Want: hoe langer in het busje, hoe groter de lol. Onderweg wordt er gelachen, gezongen en de chauffeur zet de radio nog maar wat harder. Aangezien het grootste gedeelte van de inzittenden Limburgs praat en de chauffeur niet, kun je maar beter meezingen met Frans Bauer dan goeie gesprekken voeren.
Met een beetje geluk krijgt het busje ergens halverwege autopech. Stress voor de mensen in Akkrum, die de wegenwacht moeten gaan optrommelen, maar niet voor Bas. Voor hem geldt immers: hoe langer in het busje, hoe groter de lol. En als je dan aankomt op de plaats van bestemming en je kunt meteen vertellen dat het busje pech heeft gehad, dan heb je tenminste een goeie binnenkomer. Praten over het busje is namelijk bijna net zo leuk als rijden in het busje…
Eenmaal in Friesland aangekomen wordt Bas het busje uit geholpen. Er roept iemand heel hard “Hallo!” en Bas valt om. Hilariteit alom, vooral bij Bas zelf. Hij zakt nog maar een keer door z’n knieën en gaat dan aan de koffie.
Bas weet al lang dat er ’s middags wat gedronken moet gaan worden op het terras. Hij weet ook dat het de gewoonte is om daar met de boot naar toe te varen, tenzij het erg slecht weer is, dan rijden de busjes. Bas hoopt dus op regen, elk jaar weer. En meestal wordt hij daarin teleurgesteld, dus gaat Bas met de boot, verlangend kijkend naar de busjes op de kant.
Bij de Spring zijn er een boel gasten die regelmatig vragen: “Wat gaan we morgen doen?”. Een standaard vraag voor mensen die behoefte hebben aan structuur. Bas vraagt dit nooit. Het kan hem niet schelen wat we morgen gaan doen. Hij vraagt: “Gaan we morgen met het busje?”.
Ook hierin wordt hij vaak teleurgesteld, we gaan namelijk meestal met de boot. Maar gelukkig is een bezoek aan het pretpark vaste prik tijdens de vakantie en is dat veel te ver weg voor de boot. Met het busje dus, waardoor de pretpark-dag het hoogtepunt van Bas zijn week is. Al jaren…
Op de laatste dag van de vakantie zorgt het naderende afscheid ervoor dat er heel wat afgehuild wordt. Na zo’n leuke week wil niemand naar huis. Bas huilt niet. Nooit. Hij mag immers weer in het busje, met hopelijk weer zo’n gezellige chauffeur. Nog drie uur lang genieten op weg naar Venlo. Bas z’n vakantie duurt gemiddeld 6 uur langer dan voor gasten die naar Akkrum gebracht worden door ouders of begeleiders. Voor hem telt namelijk de tijd in het busje ook mee. Dus doe maar veel autopech, tankstops en plaspauzes. En in tegenstelling tot de gemiddelde weggebruiker is Bas blij met alle geplande wegwerkzaamheden.
Want: hoe langer in het busje, hoe groter de lol!

Boot

Tijdens al onze vakanties is het een vast programma-onderdeel. We komen er niet onderuit. Winkelen. Vraag de gasten wat ze graag willen doen en het is het eerste antwoord dat je krijgt. We doen elke week ons best om een aantal originele nieuwe activiteiten te verzinnen, maar zonder winkelen is de vakantie niet compleet. Dus gaan we wekelijks beladen met zakgeld de stad in om te shoppen.
Marcel kwam dit jaar op paardenkamp en had extra zakgeld meegenomen, omdat hij een radiografisch bestuurbare boot wilde kopen. Thuis heeft hij z’n kamer vol staan met auto’s die hij met behulp van een afstandsbediening rond kan laten rijden, maar de enige boot die hij had was kapot en die wilde hij tijdens de vakantie graag vervangen.
Zo gezegd zo gedaan. Tijdens de winkeldag gingen we naar de Intertoys en gelukkig hadden ze daar een erg mooie boot voor een aanvaardbare prijs. Marcel was dolblij en kon niet wachten om ‘m uit te proberen.
De eerste keer varen ging prima. Marcel liet zijn boot rondjes scheuren over de Meinesloot en iedereen kon zien hoe goed hij met het ding overweg kon. Na het vaartochtje werd de boot voorzichtig open gemaakt, droog gepoetst en netjes opgeborgen in de bijbehorende doos.
De tweede keer varen ging het mis. De boot reageerde niet meer op de afstandsbediening. We wisten zeker dat Marcel er erg voorzichtig mee was geweest, dus dit kon niet aan hem liggen. We gingen terug naar de Intertoys om de boot te ruilen, ofwel het geld terug te krijgen. Helaas werden we niet zo netjes behandeld door het aanwezige personeel. Volgens hen lag het toch echt aan onzorgvuldig gebruik. Er zat namelijk water in de boot en men zei dat dit soort producten met elektronica slecht tegen water kan. Onze opmerking “Ja maar het is een boot, die moet in het water!” werd helaas als argument van tafel geveegd.
Marcel werd naar huis gestuurd met een tegoedbon. Hij liet het niet merken, maar we wisten dat hij teleurgesteld was. Hij had zich ontzettend verheugd op een nieuwe boot. Niet op een tegoedbon…
Na wat telefoontjes naar diverse Intertoys-vestigingen en naar het hoofdkantoor bleek dat er in heel Nederland nog maar 1 exemplaar van deze boot te koop was en dat het product ook nog eens uit het assortiment was gehaald. Op onze vraag of Marcel dan zijn geld terug kon krijgen zodat hij in een andere winkel een boot kon kopen, werd nee gezegd. Met als opmerking erbij “Dan koopt hij toch gewoon iets van Lego?”.
Maar Marcel wilde geen Lego. Hij wilde een boot. Dus gingen we op zoek, zonder dat Marcel het wist. Gelukkig konden we terecht bij een andere speelgoedwinkel, die een kwalitatief betere boot had en ook nog eens voor minder geld. Met de boot in een kadopapiertje en de garantie van de winkel dat de boot terug gebracht kon worden mocht hij ‘m niet mooi vinden, gingen we de laatste avond van de vakantie naar Marcel.
Toen het pakpapier eraf was leek het alsof Marcel niet zo blij was. Hij keek wat verbouwereerd. We waren even bang dat hij de boot toch niet zo mooi vond. Dat was echter niet het geval. Integendeel. Hij kon gewoon geen woord uitbrengen. Omdat ie er niet meer op gerekend had dat hij met een boot naar huis zou gaan. Hij stond op en gaf ons een knuffel als bedankje, met de woorden “Jullie weten niet hoe blij je me hiermee maakt!”. Om hem heen begonnen alle andere gasten te juichen en te klappen voor hem. De begeleiding verdween 1 voor 1 naar het begeleidingshok, omdat ze zó ontroerd waren dat ze ervan moesten huilen…
Ons werk bestaat uit het blij maken van onze gasten. Dat lukt prima, dat zien we op heel veel momenten en daar zijn we trots op. Sommige momenten zijn echter net even iets specialer dan andere. Zo’n moment waarop je kippenvel krijgt van ontroering. Die herinner je je over twintig jaar nog steeds…

Vrijwilligersreisje naar Portugal

Dit jaar bestaat onze vakantie-organisatie voor verstandelijk gehandicapten maar liefst 20 jaar. Zonder al onze fantastische vrijwilligers was het nooit gelukt om de vakanties zó leuk te maken dat de gasten elke keer weer dolgelukkig worden en al die jaren blijven terugkomen. Reden genoeg om die vrijwilligers een keer te trakteren op een uitje.
Daarom hebben we iedereen die afgelopen zomer een week (of meer) heeft meegedraaid uitgenodigd om 6 dagen naar Portugal te komen. Daar organiseren we namelijk vanaf dit jaar een aantal vakanties en we verblijven er zelf in de wintermaanden. Prachtige locatie voor een Spring-vrijwilligersreisje.
Ongeveer 15 mensen hebben zich opgegeven voor dit reisje. Een mooi clubje bij mekaar. Over een paar weken is het zo ver, dan mogen ze het vliegtuig in op weg naar Alvor in Portugal.
Natuurlijk werd er een paar maanden geleden een Whatsapp-groep gestart voor de mensen die mee gaan. Altijd handig voor het regelen van vervoer, slaapplaatsen dichtbij het vliegveld en het uitwisselen van nuttige tips voor de bagagelijst. Maar vooral voor de voorpret. Daar heeft iedereen namelijk een boel last van. Van die voorpret.
Af en toe kijk ik een paar dagen niet en heb ik zomaar 286 nog niet gelezen berichten in de betreffende App-groep. Natuurlijk is het voornamelijk een boel slap geouwehoer, maar helaas zit er soms ook een belangrijke vraag of tip tussen, dus je moet ze wel allemaal even lezen. Geen enkel probleem, we scrollen wel door de grappen en grollen heen. Blauw van het lachen lig ik af en toe. Wat een humor. Nu al. En ze zijn nog niet eens in Portugal.
Het grootste gedeelte van de groep zit straks in hetzelfde vliegtuig. Wat een chaos gaat dat worden. Ongetwijfeld word er gezongen (Frans Bauer), gedanst (de gebaren van het Vliegerlied lukken best vanuit je smalle vliegtuigstoel) en toneel gespeeld (doen alsof je vliegangst hebt is niet zo moeilijk). En van dit alles moeten natuurlijk een boel foto’s en filmpjes gemaakt worden. Wat weer leuk is voor ons. Zo kunnen we achteraf mee genieten.
Ik heb nu al medelijden met de stewardessen. En met de medepassagiers. Gelukkig duurt de vlucht maar 3 uur. Dat is te overleven. Daarna komt de hele meute naar Camping Alvor. Kunnen ze daar de boel op stelten zetten. We verheugen ons er enorm op!